Wie kent hem niet? De typische koe in de wei. Gekenmerkt door haar (vaak) zwart-witte kleur en slank postuur.
Deze melkkoeien zijn super populair, en niet alleen in Nederland. Maar wat maakt ze zo gewild? Ook gaan we onderzoeken wat het verschil is tussen de Holstein-Frisian en Fries-Hollands, want verwarrend zijn ze wel als ze naast elkaar staan.

Geschiedenis Holstein-Friesian
Deze bekende koe ontstond door Friese en Bataafse runderen te kruisen. De Amerikanen waren erg geïnteresseerd ik dit ras en lieten meteen een groot aantal importeren. De Amerikaan Chenery begon in 1852 voor het eerst het fokwerk met de Holsteins.
Wij Nederlanders zouden dit programma begeleiden. Iedereen zag erg veel potentie in het ras, omdat de melkproductie van nature al hoog lag. Tussen 1950 en 2000 werden veel van deze koeien naar ons land gebracht. Dit ging gemakkelijk omdat de Holstein zich makkelijk aanpast aan hun leefomstandigheden. Sindsdien is dit het belangrijkste ras van de melkproductie in ons landje.
De Holstein-Friesians bezetten met ruim 1 miljoen ingeschreven vrouwelijk fokdieren 98% van de totale rundveestapel in Nederland. In Duitsland, België en Frankrijk zijn ze ook erg geliefd.

Uiterlijk van de Holstein-Frisian
Holsteines zijn redelijk dunne koeien met weinig spieren. Bij de geboorte wegen ze tussen de 40 -50 kilo en als ze uitgegroeid zijn rond de 700 – 800 kilo. Verder heeft de koe een behoorlijke grootte schofthoogte, namelijk 155 – 185 centimeter.
Gemiddeld geeft deze koe zo’n 10.00 liter melk per jaar. Echter zijn de gehaltes, zoals eiwitten, aanzienlijk minder. Hoewel het nog steeds goede en lekkere melk is geeft dit wel aan dat je soms moet kiezen tussen kwantiteit of kwaliteit.
Ze zijn natuurlijk vaak zwart-wit gevlekt. Vroeger kwamen ze in overgrote meerderheid voor als bruin-wit. Dit hebben ze er proberen uit te fokken voor vele jaren. Tegenwoordig is het echter zo dat er geen voorkeur voor de kleur bestaat.
Hun uiers zijn groot, goed volgroeid en mooi aangesloten op hun lichaam door de genen die ze hebben. Weer een pluspunt voor de melkindustrie dus!
Horens bij koeien
De horens van koeien wordt niet gewaardeerd in de huidige melkveehouderij. Zo ook niet bij Holstein-Friesians dus. Ze brengen problemen met zich mee (zoals verwondingen bij mensen of andere koeien), en ze hebben “geen toegevoegde waarden”. Daarom is (bijna) elke koe onthoornd.
Steeds meer Biologische bedrijven kiezen ervoor om de horens echter te behouden. Ze zien dit als onderdeel van de koe, en alles hangt samen en heeft invloed op elkaar. “Zonder hoorns is een koe verminkt.” (Demeter, 2009).
De hoorn, en trouwens ook de hoef, kan worden gezien als stuworgaan, die voor de bijzondere stofwisselingsprestaties van de koe zorgt.
Tijdens het grazen worden de hoorns van de koe warm. En ook bij het herkauwen worden zij extra doorbloed. Naast de samenhang met het verteringsproces, zijn de hoorns ook functioneel voor de oriëntatie en het evenwicht van de koe. Ze bieden zekerheid bij het zich verplaatsen in de ruimte. Het waarnemingsvermogen voor de kwaliteit van het voer zou minder zijn dan bij koeien met hoorns.
De biologische bedrijven kunnen merken dat koeien met hoorns veel zelfverzekerder zijn dan onthoornde koeien, zij komen banger en onzekerder over. Hierover is nooit wetenschappelijk onderzoek gedaan, dit is de ervaring van een aantal boeren.
Ondanks dat hier geen direct bewijs voor is, kan dit goed mogelijk zijn. Koeien gebruiken niet zo snel hun horens als wapen, maar als communicatiemiddel. Persoonlijke ruimte, emoties en rangorde zijn allemaal dingen waarbij de koe de horens voor gebruikt. Met behulp van subtiele bewegingen met hun hoofd kunnen ze dit over brengen aan de rest van de kudde. Zo kunnen ze hun eigen voorkeuren en behoeftes overbrengen naar de anderen. Dit kan voor meer comfort zorgen en dus een zelfverzekerdere koe.
Verschil tussen Holstein-Friesian & Fries-Holland
De HF is groter dan het Fries-Hollandse ras, maar wel minder gespierd. Daarnaast heeft de Holstein Friesian een hoge melkproductie onder andere met dank aan het fokprogramma in Amerika. Daar komt wel tegenover te staan dat bij de melk van de Fries-Holland meer eiwitten en vetten bevat.
Vaak wordt er gezegd dat het “gewoon hetzelfde ras is” terwijl er weldegelijk verschil in zit. Ze lijken alleen qua uiterlijk bijna identiek.
Er ging ooit een verhaal rond dat een secretaresse per ongeluk “Holstein” schreef op de documenten in plaats van “Holland”. En dat het dus inderdaad dezelfde soort zou zijn, maar dit verhaal werd al gauw ongelijk bewezen met allerlei tijdlijnen en feiten. Een secretaresse 150 jaar geleden was sowieso al iets bijzonders.
Het zijn weldegelijk andere rassen met het grootste verschil in de melkproductie.
Overal een top ras voor de melkproductie! Een echte aanwinst in de Nederlandse weides.


