De Jak, ook wel Bromrund genoemd, is een koe te herkennen aan haar lange haren. Nog nooit van dit ras gehoord? Deze koe komt namelijk ook niet in Nederland voor, maar in Azië. Wel is hun wol gewild door veel mensen over de hele wereld.

Geschiedenis van de Jak
Voor 1955 werd dit ras als “Yak” geschreven. Ze komen uit dezelfde familie als de Aziatische waterbuffel, de Afrikaanse buffel, en de Amerikaanse bizon.
Deze wilde rundsoort staat symbool voor kracht en uithoudingsvermogen. Ze hebben een tijd geleefd tussen de Monniken en worden gezien als een echt gezelschapsdier. Net zoals wij een hond zouden behandelen.
De Jak komt voor in de Himalaya, Tibet (wat nu een deel van China is, sinds 23 mei 1951), en in de provincies Sinkiang en Qinghai (China).
Toen Tibet een autonome regio werd door de chinezen begon deze soort zeldzaam te worden. Er werd vanaf nu op ze gejaagd en gefokt, gepaard met ziektes, kwam het aantal al helemaal in gevaar. Eind 1996 waren er nog maar 15.000 Jakken over.
Tegenwoordig lijken ze steeds meer terug te komen. Toch blijft het spannend; ondanks hun aanpassingsvermogen hebben ze het moeilijk. Ze verliezen langzaam, maar zeker, steeds meer habitat en de klimaatverandering helpt ook niet mee voor deze wollige dieren.

Uiterlijk Jakken
Er zit een groot verschil tussen wilde en gedomesticeerde Jakken. De tamme versie is goed voor melk, vlees en wol. Wilde Jakken zijn een stuk groter en sterker. De wilde dieren kom je daar nauwelijks nog tegen, die zijn er bijna niet meer.
Hun donkerbruine/zwarte vacht springt eruit als je naar de bergen kijkt. Zijn warme winterjas die de grond reikt zorgt ervoor dat ze altijd boven in de bergen staan. In de zomer willen ze nog wel is de onderkant van de berg bezoeken. Ze kunnen zelfs beter klimmen dan de mens, en daar weten de Chinezen slim gebruik van te maken.
De tamme soort komen in meerdere kleuren voor: bruin, zwart, rood, wit, of gevlekt.
Wilde Jakken worden wel 2 meter hoog, en 300 kg. Stieren zelfs 1.000kg. Hun hoorns kunnen wel één meter lang worden.
Doel van de Jak
De wilde Jak wordt met rust gelaten. Ze zijn schuw en niet gewend aan mensen. Maar de tamme dieren zijn niet bang voor de mensen en zijn er bekend mee. Zij kunnen gemolken worden voor bijvoorbeeld kaas, yoghurt en boter, in hun melk zitten een hoop vetten wat daar goed van pas komt. Zo wordt er ook boterthee en verf van de vettige substantie gemaakt.
Ze worden gebruikt als lastdieren (voor zware dingen) en transport in de bergen. Jakken zijn onmisbaar voor de plaatselijke bevolking. De jak is meer dan alleen een dier; het is een bron van levensonderhoud en een gewaardeerde metgezel.
Hun wol wordt niet verspild. Er is bijna geen warmer wol te vinden over de rest van de wereld. Hier worden O.A. kleren en tenten van gemaakt.
Zelfs de mest van de Jak heeft een functie. Daarvan worden zogeheten mestkoeken gemaakt, om te gebruiken als brandstof.
En als laatste natuurlijk het vlees. Dit wordt met liefde gegeten door de inwoners daar.


